Terugkijken op een weekje Tour du Senegal

Een week na zijn Afrikaanse avontuur zit Dennis Ruijgt met de benen omhoog in een hotelletje bij Milaan. ‘Even rustig aan. Ik heb in die week m’n lichaam aardig over de kling gejaagd’, lacht hij. In zeven dagen tijd maakte hij kennis met het koersen op z’n Afrikaans tijdens de Tour du Senegal. Met etappes die vijf minuten voor de start werden gecancelled, met geiten op de weg en met z’n nieuwe koersmaat Lamine Faye uit Senegal, net als Dennis een fanatieke kanshebber voor de laatste plaatsen - al wordt Dennis keurig 46ste van de 66.

Dat is 'm, in derde positie!

‘Bizar’, vat hij het Senegalese avontuur in één woord samen. ‘Ongelooflijk, al die krotjes. Je zal er maar geboren worden en er moeten zien te overleven. Het is niet normaal. Tijdens de Tour zie je er niets van, maar de dagen ervoor heb ik nog wat ritjes gemaakt om de acclimatiseren. Dan zie je de armoede. En dan mag jij daar als halve professional die ronde rijden. Je zag echt de verbazing en verwondering op de gezichten van die mensen langs de weg.’ 

Extra rustdag

In eerste instantie leek de koers ook op z’n Afrikaans te worden georganiseerd. Geen ambulance en geen tweede dokter op de eerste dag betekende: geen koers. Dennis: ‘Het kwam mij overigens goed uit. Ik begon niet fit aan de Tour. Dat we met Kornelis Bijlsma een verzorger in het Global Cycling Team hadden was daarom een godsgeschenk. Dus voor mij was het een welkome extra rustdag. Maar je gaat wel nadenken: kunnen ze hier wel een dag vooruit plannen? We waren ongerust. Maar de volgende dag stond er niet alleen een ambulance maar ook een brandweerwagen klaar!’

Temperaturen boven de veertig

Misschien wel met het oog op mogelijk oververhitting: de temperaturen in het West-Afrikaanse land bivakkeerden tijdens de Tour tot boven de veertig graden. Die eerste dag was daardoor letterlijk en figuurlijk een vuurdoop: de afstand was 180 kilometer. ‘Met de neutralisatie erbij 190’, zegt Dennis. ‘Het was een hel. Ook omdat het mijn eerste waaierkoers was. We hadden het hele stuk windkracht vijf schuin tegen. Heftig was het. Dat ik die rit heb overleefd is een klein wondertje. Vooraf had ik er angst voor. Toen ik die had overleefd heb ik een knop omgezet. Blijkbaar ben ik mentaal toch sterker dan ik dacht.’

Berg zand

De organisatie viel uiteindelijk niet tegen. ‘Iedere dag was er zes tot acht man politiebegeleiding om de wegen af te sluiten. We reden op goed asfalt. Alleen moest je goed opletten om putten en gaten te ontwijken. En ik heb een keer de slag gemist doordat ik zomaar in een berg zand reed die ineens voor mij opdook aan de rechterkant van de weg. Eten voor onderweg had ik zelf bij me. In een etappe van 140, 150 kilometer red je het met vier repen en drie gelletjes wel. Ieder uur drink je minimaal een bidon leeg. De dag voor de koers heb ik van Jos Koop - ploegmaat en oud-inwoner van Den Hoorn - nog geleerd om bidons te halen bij de ploegleiderswagen. Iedere ploeg had een eigen volgwagen. Nét de Tour de France, maar dan in Segenal.’

Al zal het daar niet gauw gebeuren dat geiten of koeien in de weg lopen. ‘Ik zat die keer toevallig voorin toen er geiten overstaken. Ik kon ze nog net wegjagen. Ach, dat is het mooie van Afrika hè.’

Het 66-koppige peloton verbleef elke dag in hetzelfde hotel langs de kust. ‘En dat was superdeluxe hoor. Een echt toeristenhotel, er waren ook veel Fransen. Het enige nadeel was dat we elke dag een uur, anderhalf uur met de bus naar een andere startplaats moesten rijden.’

Goeie maatjes met Lamine Faye

Uiteindelijk zal Dennis na zeven koersdagen en daggemiddelden tot 45 km als 46ste eindigen. Lachend: ‘Er waren er dus nog twintig slechter dan ik. Ik kwam fit uit Spanje, maar in Senegal schoot die blessure van een eerdere val in Spanje er weer in. Dat scheelde net een paar procentjes. Daardoor miste ik toch een paar keer de eerste schifting. Ik ben uiteindelijk goeie maatjes geworden met Lamine Faye uit Senegal, die net als ik vaak achterin zat. Voor die jongen had ik veel respect. In de eerste etappe van 180 kilometer raakte hij al na dertig kilometer achterop. Heeft-ie 150 kilometer alleen gereden, hij kwam vijftig minuten na het peloton net voor het sluiten van de tijdcontrole binnen!’

Tour du Cameroun

Op 27 mei staat de volgende elitekoers op het programma, de Tour du Cameroun die in maart een dag van tevoren werd afgelast. Voor die tijd is het plan om vanuit Milaan naar de Vogezen te fietsen, waar hij op 20 mei een granfondo fietst. Daarna keert hij even terug naar Nederland om vandaaruit naar Afrika af te reizen. Dennis: ‘Vooraf had ik als plan om in oktober een eerste Afrikaanse koers te rijden. Het is prachtig dat het nu al is gelukt. Ik hoop dat ik in Kameroen iets meer voor de ploeg kan doen. Ik was knecht, maar in werkelijkheid heb ik alleen maar achter de jongens aangereden.’

Het Global Cycling Team: van links naar rechts verzorger Kornelis Bijlsma, Dennis Ruijgt, Bryan van Rutten, Rick Nobel (derde in het eindklassement en beste jongere), Bart Buyk, Jos Koop (tweede in het puntenklassement), Arne van Gils en manager André Langenberg.

Ervaring

‘Jos heeft zelfs een paar keer bidons voor mij gehaald toen ik zat te sterven in het peloton. Ik durfde het niet eens, bidons halen. Ik was veel te bang dat ik nooit meer bij de groep zou komen als ik me zou laten afzakken. De jongens hebben ook nog wat prijzengeld verdiend (Jos won een etappe, Rick Nobel werd derde in het eindklassement), maar daar heb ik afstand van gedaan. Ik was hier om te leren, de ervaring is mij veel meer waard. Die ervaring mis ik. Je ziet dat die goeie renners op het juiste moment naar voren schuiven in het peloton. Daar heb ik superveel aan gehad.’ En resumerend: ‘Als Dennis dit kan, kan iedereen het. Schrijf dat maar op. Ik ben benieuwd welke gek uit het Westlandse peloton mijn voorbeeld gaat volgen!’