Dennis Ruijgt, oftewel: Hoe Een Koe-reur Een Haas Vangt

Wie een half jaar terug was gevraagd wat waarschijnlijker is: dat er leven op Mars is óf dat Dennis Ruijgt een criterium wint, had niet lang hoeven nadenken. Tot die vijfde juli 2017, een woensdag in ’s-Gravenzande. Met overmacht pakt de Amsterdamse Wateringer de winst bij de A-trimmers. En niemand in het peloton die het Dennis misgunt. Het is nog maar een paar jaar terug dat hij in zijn eerste criterium - de ronde van Maasdijk - al na 10 minuten doodop informeert of er ook een beademingsmachine in de zaal is.

‘Via Wouter Wubben ben ik in het wereldje terechtgekomen’, kijkt Dennis terug. ‘We waren collega’s op het gemeentehuis in ’s-Gravenzande. Wouter reed regelmatig wedstrijdjes bij WWV en De Coureur en zei: ga eens een keertje mee. Als ik met Wouter meeging kon ik net aan aanpikken. Ik dacht: dan moet een rondje om de kerk ook wel kunnen. Maar dat ging veel en veel te hard. Na tien minuten hing ik al hijgend in de hekken.’

Maar toch: de oud-voetballer (34) had de smaak te pakken. ‘Maar alléén fietsen motiveert niet. Ik wilde aansluiting bij een ploegje. Dan heb je meteen mensen om je heen die tegen je aanpraten. In een lunchpauze ben ik gewoon bij Sander van Scheijndel binnengestapt. Verteld wie ik was. En gevraagd of ik bij hem in de ploeg kon komen. Sander zei geen ja en geen nee. Hij dacht vermoedelijk: wat moet ik met die gast? Maar hij zegde het toe. Het was precies de motivatie die ik zocht.’

Wielerronde-s-Gravenzande-finish

Belangrijkste is na-apen

Oké, de goesting was er. Nu nog de snelheid. ‘Door de ploeg steek je dingen op. Ik heb veel gekeken naar de andere jongens die al zo lang fietsen. Het belangrijkste is na-apen. Hoe gaan ze door een bocht? Hoe pak je een wiel? Dat heeft het meeste tijd gekost. Je moet niet alleen hard fietsen, je moet ook weten hoe je je gedraagt in het peloton. Maar ik kom nog steeds tekort in techniek. De souplesse om een bocht door te gaan bijvoorbeeld. Geef mij maar een parcours met brede bochten.’

Vijfentwintigste wiel

Heel langzaam gaan zijn prestaties vooruit. ‘In het begin reed ik in het vijfentwintigste wiel. Als je geen wielerervaring hebt ben je al blij als je kunt meerijden. Ik was een keer in De Lier aan de finish zo moe dat ik de hekken in reed. In het tweede jaar kon ik al iets meer met het hoofd omhoog rijden en kijken wat er om mij heen gebeurde. Het jaar erna reed ik al in de buik van het peloton. Vorig jaar durfde ik voor het eerst een keer weg te springen. Kijken of het kon.’

Langzaam maar zeker leert Dennis ook om de koers te lezen. ‘Ik zat meer in de kopgroep, kon het van voren meebeleven. Wat gebeurt er als het stilvalt? Het is aftasten. Vooral vorig seizoen heb ik echt met mijn neus tegen het venster gedrukt.’

sGravenzande-ploegske

Opgezweept door het publiek

Maar van een criterium winnen durft hij nog niet te dromen. Tot hij in ’s-Gravenzande met nog een paar ronden te gaan ertussenuit piept. ‘Na een paar demarrages viel het stil aan kop. Ik wist: er is één iemand waar ze niet naar kijken. En dat ben ik. Vanaf dat moment heb ik nog maar aan twee dingen gedacht: niet omkijken en trappen tot je van je fiets valt. En je wordt opgezweept door het publiek. Er stonden genoeg bekenden langs de lijn. In het begin hoor je af en toe je naam. En in de laatste ronde lijkt het wel of iedereen ‘kom op Dennis’ roept.’

Z’n eerste zege werd hem door iedereen gegund. ‘Alle jongens wisten niet hoe snel ze van hun fiets moesten springen om me te feliciteren. Iedereen had een blik van verwondering en bewondering: hij heeft het geflikt!’

Heeft hij al een verbeterd contract kunnen tekenen bij zijn sponsorploeg? Lacht. ‘We zijn nog in onderhandeling. Ik wacht nog op een tegenvoorstel. Nee, ik ben blij dat ik na vijf jaar pelotonvulling te zijn geweest nu iets terug heb kunnen doen voor Van Scheijndel en de andere sponsors.’

Eigen bureau voor sportconcepten

Nu Dennis in Amsterdam woont, is er geen gelegenheid om met de ploeg te trainen. De ex-Wateringer – planoloog van huis uit - heeft er zijn eigen bureau, ‘Ruimte voor Sport'. Daarmee ontwikkelt hij concepten voor met name gemeenten om sporten in de buitenlucht te stimuleren. Een keer of vijf in de week is er tijd om zelf te sporten in de buitenlucht.

Zijn fiets: een Specialized Tarmac afgemonteerd met Shimano Ultegra en ‘een mooi setje wielen’. ‘Het merk? Geen idee. Ik ben niet zo van de techniek. Wat dat betreft blijf ik een amateur. Dan kom ik bij Sander binnen en zeg ik: Sander, er is iets met mijn fiets maar ik zou niet weten wat! Natuurlijk vind ik het mooi om naar die fietsen in de winkel te kijken. Maar ik vind nog steeds: je moet zélf trappen.’

2013---Eerste-jaar-in-de-Van-Scheijndelploeg-bengelend-achterin-het-peoloton

Anoniem in Wateringen

In Wateringen, zijn vroegere woonplaats, had Dennis een tweede coup gepland tijdens de profronde. Het werd een 23ste plaats, anoniem in het peloton. ‘Een rare koers was het. Het doel was om met een groepje te ontsnappen. Iets wat een paar keer lukte. Maar ik kwam niet weg. Het peloton bleef gesloten. Wateringen is voor iedereen de belangrijkste koers van het jaar. Het was wel mijn parcours, maar niet mijn koers. Jammer, met al die familie en vrienden langs de kant. Teleurgesteld? Nee. Als je aan het begin van het jaar had gezegd dat ik ’s-Gravenzande zou winnen en vierde zou worden in Poeldijk, had ik ervoor getekend.’

 

Dennis Ruijgt, oftewel: Hoe Een Koe-reur Een Haas Vangt