De Giro d’Italia van Martin Solleveld

Op zaterdag 5 mei staat Martin Solleveld ‘s morgens startklaar in Terrasini, in het noorden van Sicilië. Startklaar voor een fietstocht van vijf weken, dwars door Italië. Het wordt een Giro d’ltalia met zomerse dagen en ijzige kou, langs de hotspots als Rome en Pompeï, met tussenstops in lokale barretjes voor een espresso macchiato doppio en met de eerste passage in 2019 van de 2500 meter hoge Umbrail, vlakbij de Stelvio.

‘La Bella Italia’ heet de fietstour waarvoor Martin zich had ingeschreven, georganiseerd door Bike-Dreams. ‘Die tocht is geen heel lang gekoesterde wens van mij geweest. Wel heb ik als klein kind in Italië gewoond. Ik ben nog steeds gek op het land en de mensen. Maar ik kom er eigenlijk nog te weinig. Met vakantie, dat is het wel. Ik ben er nog weleens met de auto doorheen gegaan, maar dit was een ideale mogelijkheid’, zegt de 46-jarige Lierenaar.

De ‘Giro’ van Martin bevatte 28 etappes in evenzoveel dagen, met een extra week aan rustdagen. ‘Iedereen rijdt in zijn eigen tempo, meestal in groepjes. Ik ging meestal ‘s morgens om acht uur weg en was dan begin van de middag in de volgende etappeplaats. Onderweg neem je de tijd voor foto’s en een koffiestop. Het is niet de bedoeling dat je het zo hard mogelijk aflegt, maar dat je ook geniet van het goede van Italië. Zo hadden we na drie, vier ritjes weer een rustdag in Pompeï of Rome bijvoorbeeld, zodat je de tijd had om daar rond te kijken.’

Hotelletje

Onderweg ontbreekt het de deelnemers aan niets. Martin: ‘Je overnacht meestal op campings, in een tentje. Een aantal dagen is er een hotelletje geboekt op de plekken waar geen campings zijn of kamperen niet prettig is, zoals in de bergen op hoogte. Een vrachtwagen gaat mee, met twee koks. Als ‘s ochtends het kamp wordt opgebroken rijdt de vrachtwagen direct naar de volgende stop. Daar is dan ook van alles als je arriveert na een dag fietsen: soep, zoet, zout, alles waar je als wielrenner maar trekt in hebt.’

Op tijd inschrijven

Voor pech onderweg is een bus met een mécanicien paraat. ‘Die rijdt ‘s ochtends achter de groep aan en stopt ergens halverwege. Daar werd een geweldige lunch verzorgd, je kunt water of sportdrank bijvullen, energierepen en bananen bijtanken en als je het helemaal zat bent eventueel ook instappen. Ook is die bus er voor reparaties en om koffers en tassen mee te nemen. Je focus lag dus helemaal op het fietsen en op het plezier. Het was helemaal super. Je moet op tijd inschrijven. Een jaar van tevoren is het al volgeboekt.’

 

Het pelotonnetje bestaat uit een internationaal gezelschap: Australiërs, Amerikanen, Canadezen, maar ook Fransen en zelfs Italianen. Iedereen rijdt op een eigen fiets. ‘Ik heb een Pinarello. Een oud dingetje, ik denk wel 12 jaar oud. Maar met die putten in de Italiaanse binnendoorwegen moet je niet met nieuw materiaal rijden.’

Geen zin

De route is ongeveer 3000 kilometer lang, verdeeld dus over 28 etappes. ‘Per saldo is het goed te doen. Je moet wel iedere dag fietsen, ook al heb je daar weleens geen zin in. Maar als je dan onderweg weer ziet hoe mooi Italië is, ben je toch blij dat je weer bent opgestapt. Ik had het misschien één, twee etappes niet naar mijn zin. Dat waren van die vlakke etappes met tegenwind die je in je eentje reed. Ja, dan kom je even sjacherijnig aan op de camping. Maar de volgende dag is het weer hartstikke mooi.’

Hagel en storm

Niet dat het elke dag stralend weer is. Tijdens de negende etappe van 143 kilometer krijgt hij op de top van een klim van 1000 meter te maken met een temperatuur van 9 graden, hagel en storm. En ook later neemt het Italiaanse zonnetje weleens vrijaf. Martin: ‘We hoorden van Italianen dat ze nog nooit zo’n slecht voorjaar hadden meegemaakt. Je zag het ook in de Giro. Twee dagen waren echt waardeloos. Daar moest je je dan maar op instellen. Rekening houden met wat je onderweg mee wilde nemen aan beenstukken en jassen. We hebben één keer gehad dat we verzopen op de camping aan kwamen. Dan heb je het niet naar je zin in je steenkoude tentje op een hoogte van 1200 meter in je zomerslaapzakkie. Dan zit je je te verkneukelen om lekker te gaan fietsen in Italië en heb je hetzelfde rotweer als waar je de hele winter in hebt getraind! Een paar Australiërs waren dit weer helemaal niet gewend. Die hadden een paar dagen last van blafhoest. Ze hadden te weinig kleren bij zich en wisten niet waar ze de kleding vandaan moesten halen.'

Financieel management

De vijf weken die hij van huis was, kon hij met wat geluk in zijn agenda inpassen. ‘lk ben zelfstandige, ik heb een eigen winkeltje in financieel management voor investeerders en startups in de biotech en life-sciences. Ik had al uitgerekend dat het in deze periode goed zou uitkomen met mijn klanten en mijn kinderen. En het paste precies, al vroegen de kinderen de laatste twee weken wel vaak waar papa nou bleef. Ach, ik heb de laatste jaren hard gewerkt. Nou mocht het weleens een keer.’

Umbrail

De tocht eindigt na vijf weken in Como, na een ongekend mooie passage door de Dolomieten. ‘Elke dag een strakblauwe lucht. De Stelvio was dicht, we zouden als alternatief over de Umbrail van 2500 meter gaan. Maar die was ook dicht. We mochten van de organisatie onder de gesloten slagboom door maar op eigen risico. ‘s Avonds krijg ik een appje van een vriend: ‘De berg is morgen vanaf twee uur’ ‘s middags open!’ Dat hebben we gedaan. Links en rechts van de weg lagen grote sneeuwhopen maar de weg was superschoon. We waren de eersten die er dit jaar overheen reden. Als je naar het jaarklassement van Strava voor de Umbrail keek die dag stond iedereen van onze ploeg bovenaan!’